Niét alles kwijt maar ook niet alles behouden

Als er vandaag een Belgische bank failliet zou gaan, zijn de spaarders niét alles kwijt. Maar dat wil ook weer niet zeggen dat ze alles zullen behouden. Hoe zit het in elkaar? Een wet van 17 december 1998 heeft het ‘Beschermingsfonds voor deposito’s en financiële instrumenten’ in het leven geroepen. Het geld in dat beschermingsfonds komt van de banken. Het fonds wordt beheerd door de Nationale Bank van België.

Als een bank haar verplichtingen niet langer kan nakomen, krijgen de spaarders van die bank een vergoeding uit het Beschermingsfonds. De vergoeding is vastgesteld op maximaal 20.000 euro voor deposito’s (spaargeld) en 20.000 euro voor effecten (aandelen en obligaties). Wie minder dan 20.000 euro op zijn spaarrekening heeft staan, zal dus altijd al zijn spaargeld terugkrijgen. Wie méér spaargeld heeft, loopt wel het risico er een deel bij in te schieten.

Als je meer dan 20.000 euro spaargeld hebt, zal het je niet helpen om dat bedrag te spreiden over verschillende rekeningen bij dezelfde bank. Het bedrag van de schadevergoeding wordt namelijk per persoon vastgesteld, en niet per rekening. Als je bij dezelfde bank een zichtrekening en een spaarrekening hebt, waarop telkens 20.000 euro staat, zul je dus maar één keer 20.000 euro ontvangen als je bank failliet gaat.

Dat de schadevergoeding niet per rekening maar per persoon wordt vastgesteld, heeft ook zijn voordelen. Als twee mensen samen een spaarrekening hebben met daarop 40.000 euro, zullen ze allebei een vergoeding van 20.000 euro ontvangen. Het Beschermingsfonds is er voor alle banken, kredietinstellingen, beursvennootschappen en ondernemingen voor vermogensbeheer naar Belgisch recht. Ook hun kantoren in het buitenland vallen onder het Belgische beschermingsstelsel.

Buitenlandse banken die in België actief zijn, vallen dus niet onder het Belgische beschermingsstelsel. Dat wil niet noodzakelijk zeggen dat je bij een faillissement van zo’n bank wél alles kwijt zou zijn. Dat hangt af van het land van oorsprong van de bank. Voor de banken en beleggingsondernemingen die ressorteren onder het recht van een andere EU-lidstaat wordt het beschermingsstelsel van het land van oorsprong toegepast.

Tot slot: het Beschermingsfonds is er alleen voor burgers en kleine en middelgrote ondernemingen. Financiële instellingen, professionele beleggers, grote ondernemingen en landen zullen bij het faillissement van een bank nooit een schadevergoeding krijgen van het Beschermingsfonds.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.