Een bank kan altijd failliet gaan

Ik wil niemand onnodig bang maken maar, inderdaad, een bank kan failliet gaan. Laat ik er maar meteen bij zeggen dat die kans erg klein is. Maar het is al gebeurd. En het zal wellicht nog gebeuren. In de jaren dertig kwamen zelfs verscheidene financiële instellingen in moeilijkheden. In België was dat onder meer het geval met de Bank van de Arbeid. Die was in 1913 opgericht door de vooraanstaande socialistische politicus Edward Anseele.

Op 12 maart 1934 riep een ander socialistisch kopstuk, Emile Vandervelde, de hulp in van de regering. Die regering bestond uit katho-lieken en liberalen. Ze gaf de overheidsbank Algemene Spaar- en Lijfrentekas (ASLK) toelating om de Bank van de Arbeid een voorschot te geven van 1 50 miljoen Belgische frank. Zo was de Bank van de Arbeid weer in staat om haar kleine socialistische spaarders uit te betalen. Maar dat duurde maar even. Al op 28 maart 1934 moest de Bank van de Arbeid haar loketten sluiten.Duizenden kleine spaarders waren het slachtoffer.

Ook de Algemene Bankvereniging, de grootste bank van Vlaanderen, had enorme verliezen geleden en dreigde in haar val de Belgische Boerenbond mee te slepen. Dat zat zo: de boeren spaarden bij plaatselijke Spaar- en Leengilden. Die plaatselijke gilden kregen meer spaargeld binnen dan kredietaanvragen. Hun overschot aan spaargeld stortten ze bij de Middenkredietkas. Aanvankelijk belegde de Middenkredietkas dat spaargeld op een veilige manier in obligaties. Gaandeweg nam de Middenkredietkas ook aanzienlijke belangen in industriële bedrijven. De Middenkredietkas leek klaar om zich te meten met de haute finance in Brussel.

Ook de Algemene Bankvereniging maakte deel uit van de belangensfeer van de Middenkredietkas. Door haar enorme verliezen was de Middenkredietkas niet langer in staat om het spaargeld terug te betalen aan de plaatselijke Spaar- en Leengilden. De Spaar- en Leengilden konden dus ook de boeren hun spaargeld niet teruggeven.

Op 3 december 1934 vond de Middenkredietkas een uitweg uit haar problemen. Er kwam een moratorium op terugtrekkingen. Simpel gezegd: de boeren konden hun spaargeld niet langer afhalen. Ze waren het niet kwijt, maar ze konden er ook niet bij. Pas geleidelijk – op een termijn van vele, vele jaren – is het spaargeld uiteindelijk terugbetaald. In veel gevallen aan de erfgenamen van de oorspronkelijke spaarders.

In 1935 werd de Middenkredietkas vervangen door de Centrale Kas voor Landbouwkrediet, die in 1986 haar naam wijzigde in Cera. De plaatselijke Spaar- en Leengilden werden in 1935 omgedoopt tot Raiffeisenkassen. In 1995 maakte zelfs de prestigieuze Britse bank Barings slagzij. Een bank die al sinds 1762 de financiële belangen behartigde van koningen en staatshoofden. Aan het hoofd van de marktenzaal van Barings in Singapore stond een jonge man van 24: Nick Leeson.

Het gespeculeer van Leeson bracht de hoofdzetel in Londen fortuinen op. Zo leek het toch. In werkelijkheid stapelde Leeson de verliezen op. Hij gokte op een stijging van Japanse aandelen. Op 1 7 januari 1995 liep het helemaal mis. Een zware aardbeving verwoestte grote delen van de industriestad Kobe. De economische schade duwde de Japanse aandelen prompt nog lager.
Op 27 februari 1995 wierp Leeson de handdoek in de ring.

Zijn monsterverliezen werden geschat op 860 miljoen pond of ongeveer 1 miljard euro. Ze zouden nog oplopen tot het dubbele. De Nederlandse bankverzekeraar ING kocht Barings en zijn schulden over voor 1 pond. Wie geld had bij Barings, was het dus niet kwijt. Leeson kreeg 6,5 jaar celstraf voor fraude. Na 3,5 jaar mocht hij zijn Singaporaanse cel verlaten.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.