Dat is mogelijk. Als de problemen van de failliete bank reusachtig groot zijn, zou zelfs het hele financiële systeem kunnen instorten. Dat is nog nooit gebeurd. Maar we zijn er wel al een paar keer dicht bij geweest.

In 1974 trok de Duitse centrale bank de licentie in van de Herstattbank. Die had op dat moment 620 miljard dollar schulden bij Amerikaanse banken. Die Amerikaanse financiële instellingen zaten plots met dubieuze leningen die niet langer terugbetaald zouden worden. Dat veroorzaakte een kettingreactie van wanbetalingen. Ook toen Mexico in 1982 zijn schulden niet meer kon terugbetalen, daverde het financiële systeem op zijn grondvesten. En dat was ook het geval bij de beurscrash van 1987, de Mexicaanse pesocrisis van 1994 en de Azië-crisis van 1997.

Het einde van de financiële wereld kwam het meest dichtbij in 1 998, toen het hefboomfonds Long Term Capital Management (LTCM) over de kop ging. LTCM werd nochtans geleid door John Meriwether, de agressiefste effectenhandelaar van Wall Street. En hij kreeg advies van de knapste koppen: de Nobelprijswinnaars Myron Scholes en Robert Merton. In 1995 en 1996 had LTCM telkens meer dan 40 procent winst geboekt. Maar in 1998 liep zowat alles verkeerd voor LTCM. Het fonds leed monsterverliezen op de obligatiemarkt. Het had verkeerd gegokt op de afgeblazen fusie tussen de telecomgroepen Tellabs en Ciena. En het kwam klem te zitten toen Rusland niet langer zijn schulden kon afbetalen. LTCM had dringend vers geld nodig.

Meriwether smeekte superbelegger Warren Buffett, de tweede rijkste mens ter wereld, om hulp. Maar Buffett weigerde. Op 2 september probeerde Meriwether zijn aandeelhouders tot nieuwe stortingen te verleiden: “We voorzien grootse opportuniteiten.” Niemand stortte nog. Halfweg september was LTCM reddeloos verloren. Maar de grote banken beseften dat het faillissement van LTCM ook voor henzelf rampzalig kon zijn. De centrale bank van de Verenigde Staten berekende dat de vijftien grootste financiële instellingen 3 tot 5 miljard dollar konden verliezen. Er dreigde een cascade van faillissementen te ontstaan. Een financiële ramp was nakend.

Op 23 september brachten veertien financiële instellingen 3,6 miljard dollar bij elkaar voor de redding van LTCM. Maar de financiële markten bleven dalen en de verliezen van LTCM bleven oplopen. Om het vertrouwen in de financiële markten te herstellen, verlaagde Alan Greenspan, de voorzitter van de Amerikaanse centrale bank, op 29 september de rente met 0,25 procent.

Twee weken later liet Greenspan de rente nog eens zakken met 0,25 procent. En op 1 7 november verlaagde hij de rente voor de derde keer. Pas daarna ebde het hardnekkige wantrouwen in de financiële markten stilaan weg. De beurzen herstelden. Zo kon de tijdbom LTCM in alle stilte onschadelijk worden gemaakt. Ook in maart 2003 stak het weer de kop op: het risico van een vertrouwenscrisis in het financiële systeem. Met één woord noemt men dat ook systeemrisico. Gaat het om het monster van Loch Ness, dat geregeld opduikt uit zijn meer in Schotland, maar waarvan niemand weet of het eigenlijk wel bestaat? Of hebben we echt redenen om ons zorgen te maken?

Niet toevallig kwam het systeemrisico weer aan de oppervlakte in maart 2003. Andermaal was dat een periode waarin de beurskoersen diep in de afgrond leken te vallen. Een van de mensen die alarm bliezen, was Warren Buffett. Hij sprak openlijk zijn vrees uit voor een enorme catastrofe met derivaten. Dat zijn financiële producten zoals opties en futures, die afgeleid zijn van onderliggende waarden zoals aandelen, obligaties of beursindexen.

In het Engels heet dat derivatives. Daarom noemt men afgeleide producten in het Nederlands ook wel ‘derivaten’. “We bekijken het als een tijdbom,” zei Buffett. “Zowel voor de banken die afgeleide producten verhandelen als voor het economische systeem.” Laten we een voorbeeld nemen: JP Morgan Chase, een van de belangrijkste banken ter wereld. Uit het jaarverslag bleek dat de totale financiële verplichtingen van JP Morgan Chase in derivaten zevenhonderd keer groter waren dan het eigen vermogen van de bank. Eén klein foutje volstaat dan om de bank de afgrond in te duwen.

JP Morgan Chase heeft zich voor de meeste van die derivaten ingedekt bij andere banken. Dat noemt men Nieuwe financiële producten maken het mogelijk om risico’s te verschuiven naar andere instellingen of beleggers. Let wel: risico’s worden daardoor alleen verschoven, maar niet verminderd. Wat betekent dat voor JP Morgan Chase? Het ene kleine foutje dat kan volstaan om de bank de afgrond in te duwen, hoeft niet eens te gebeuren bij de bank zelf. Inderdaad, wat gebeurt er als een van de banken die het risico hebben overgenomen, haar verplichtingen niet kan nakomen?

Daarom noemt Warren Buffett derivaten “financiële massavernietigingswapens”. Wereldwijd zijn de derivatenverplichtingen gigantisch. Als één of enkele banken niet langer aan de verplichtingen kunnen voldoen, kan er een enorme kettingreactie op gang komen. Het is zoals een sneeuw- lawine. Als die op gang komt, valt ze nog moeilijk te stoppen. Volgens Buffett zitten we al in de gevarenzone. De grootste risico’s zitten bij enkele financiële instellingen.

Bovendien doen die enkele financiële instellingen ook nog eens zaken met elkaar. Als één bank in de problemen komt, kan die snel de andere meesleuren. Zo’n domino-effect kan verwoestende gevolgen hebben. Wanneer zal deze tijdbom ontploffen? Het is lang niet zeker dat ze ooit wel tot ontploffing komt. Drie maanden later, toen de financiële markten al mooi aan het stijgen waren, werd er nog nauwelijks gerept over het systeemrisico.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.