Geld is geld. En kapitaal is “véél geld”.

Héél veel geld. Dat is toch wat we bedoelen als we zeggen “dat heeft me een kapitaal gekost”. In de economie heeft het verschil tussen geld en kapitaal niets te maken met hoeveelheid. Er is de vermogensmarkt en die bestaat uit de geldmarkt en de kapitaalmarkt. Je moet die markten niet zien als één welbepaalde plaats, ergens in de wereld. Die markten zijn gewoon de wereld. Over de hele wereld staan banken en beurzen elektronisch met elkaar in verbinding en vormen op die manier een wereldmarkt waarop – in een of andere vorm – geld wordt verhandeld. Dat is dus de vermogensmarkt.

Op de geldmarkt worden kortetermijnleningen verhandeld. Op de kapitaalmarkt zijn dat leningen op middellange en lange termijn. In het dagelijkse taalgebruik kun je discussiëren over die begrippen, maar in de economische wereld zijn ze duidelijk afgebakend. Korte termijn wil zeggen: tot maximaal één jaar. Middellange termijn is: van één tot tien jaar. En lange termijn is dan natuurlijk: langer dan tien jaar.

Op de geldmarkt spelen de centrale banken een overheersende rol. Ze oefenen invloed uit via hun discontopolitiek, maar meer nog door het geven van aanvullende richtlijnen. Ze hebben trouwens maar met een beperkt aantal marktpartijen te maken: de banken. Gewone spaarders kunnen geen geld geven of lenen aan de centrale bank. Ze kunnen bijvoorbeeld geen schatkistcertificaten kopen.
Op de kapitaalmarkt houdt de overheid wel toezicht, al is ze er weinig actief. De kapitaalmarkt is het terrein van banken en burgers.

Er wordt een onderverdeling gemaakt tussen de primaire en de secundaire markt. Eigenlijk is de primaire markt geen echte markt. Met primaire markt bedoelen we de uitgifte van aandelen en obligaties. Die worden via banken aangeboden aan beleggers. De prijs is vastgelegd door het bedrijf dat de aandelen of obligaties verkoopt. De prijs komt dus niet tot stand via vraag en aanbod. Toch niet rechtstreeks. Onrechtstreeks wel, want een bedrijf dat obligaties aan de man wil brengen, zal toch rekening moeten houden met de rentevoeten van het ogenblik. De secundaire markt is de markt waar al de bestaande effecten worden verhandeld. Dat is een echte markt, waar de prijs uitsluitend wordt bepaald door vraag en aanbod.

Het begrip ‘kapitaal’ wordt ook nog in een andere betekenis gebruikt: het maatschappelijk kapitaal van een onderneming. Dat is het geld waarmee de eigenaars hun bedrijf hebben opgericht.
Als ze méér geld in hun bedrijf willen stoppen, kunnen ze een kapitaalverhoging doorvoeren. Om een kapitaalverhoging door te voeren, is de toestemming vereist van de algemene vergadering van aandeelhouders. Om ook snel het kapitaal te kunnen verhogen, vragen veel bedrijven vooraf de toelating aan hun aandeelhouders.

Op die manier wordt het toegestaan kapitaal afgesproken. Binnen de grenzen van het toegestaan kapitaal kan een bedrijf dus op elk moment overgaan tot een kapitaalverhoging. Ten slotte bestaan ook nog de termen gestort kapitaal of volstort kapitaal. In sommige gevallen zijn de aandeelhouders niet verplicht om onmiddellijk het volledige bedrag te storten. Het deel dat ze al hebben betaald, is het ‘gestort’ of ‘volstort’ kapitaal. Het kapitaal dat nog niet is gestort, wordt later opgevraagd, als het bedrijf het kapitaal nodig heeft.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.