De centrale bank is een soort politieagent. In opdracht van de overheid

De centrale bank is een soort politieagent. In opdracht van de overheid kijkt zij toe op het geldverkeer. Net zoals in het autoverkeer kan de geldpolitie soms volstaan met toekijken. Als alles naar wens verloopt, hoeft de centrale bank niet zo veel te doen. Maar als er opstoppingen ontstaan, moet de politie het verkeer wel weer uit de knoop zien te halen.

Een van de taken van de centrale bank is het uitgeven van bankbiljetten en munten. De centrale bank is dus bijna altijd de emissiebank of circulatiebank van het land. In België drukte de Nationale Bank bovendien die bankbiljetten zelf, in de eigen drukkerij. De Nederlandse bank liet dat over aan drukkerij Joh. Enschedé en Zonen. Sinds de lancering van eurobiljetten en munten berust het emissierecht bij de Europese Centrale Bank (ECB) in Frankfurt.

Voor het drukken van de euro’s wordt nog altijd gebruik gemaakt van de drukkerij van de Nationale Bank van België.

De centrale bank beheert geen spaargeld en leent geen geld uit aan particulieren. Dat is nu eenmaal het werk van een gewone bank. Als politieagent ziet de centrale bank er wel op toe dat de gewone banken daarbij niet te veel risico’s nemen. De centrale bank legt plafonds en verplichte kasreserves vast. Met andere woorden: het is de centrale bank die beslist hoeveel van het spaargeld een gewone bank mag gebruiken om nieuwe leningen toe te kennen. Een bank die haar kredietplafond overschrijdt, krijgt een strafdeposito opgelegd: zij
moet geld storten bij de centrale bank en krijgt daarvoor geen intrest.

De centrale bank is ook de bank der banken. Alle gewone banken hebben een rekening bij de centrale bank. Ze zijn dus ook een beetje cliënt van de centrale bank. Op die manier leent de centrale bank voortdurend geld uit aan de gewone banken. En ook daar weer kan de centrale bank het geldverkeer regelen. Niet alleen door te zien of de verkeersregels worden nageleefd, maar ook door het geldverkeer aan te moedigen ofte ontmoedigen.

Hoe kan de centrale bank het geldverkeer aanmoedigen? Door de rente te verlagen. Wat gebeurt er dan? Dan zullen de gewone banken goedkoper kunnen lenen bij de centrale bank. En dan zullen de gewone banken dat goedkope geld ook weer tegen een lage rente kunnen uitlenen aan u en mij.

Waarom zou de centrale bank zoiets doen? Zij zal dat alleen doen als de economie niet snel genoeg meer groeit. Of als er zelfs helemaal geen economische groei meer is. Als u en ik op die manier goedkoop kunnen lenen, zullen we misschien toch die nieuwe auto kopen. En als veel mensen op die manier reageren, is dat goed voor de verkoop van auto’s. En dat is dan weer goed voor de producenten van staal, banden, lampen, elektronica… Kortom: dat is goed voor de economie.

De centrale bank heeft verscheidene manieren om de rente te verlagen. Eén ervan is het disconto. De centrale bank kan waardepapieren van de gewone banken overnemen vóór de vervaldag. Zolang die vervaldag niet is bereikt, kan een gewone bank met dergelijke waarde-papieren eigenlijk niets doen.

De gewone bank kan dat geld in elk geval nog niet uitgeven. Tenzij zij die waardepapieren gaat verdisconteren. Zij verkoopt ze aan de centrale bank. En dan kan zij het geld wel meteen uitgeven. Daarvoor zal de gewone bank wel een vergoeding moeten betalen: het disconto. Als de centrale bank haar discontoverlaging, zullen de gewone banken veel sneller geneigd zijn om hun wissels te verdisconteren.

Een andere manier van de centrale bank om de geldstroom te vergroten, is de openmarktpolitiek. Dan vergroot de centrale bank de kasvoorraad van de gewone banken door de banken te kopen. Door de aankoop van een grote hoeveelheid schatkistpapier of obligaties pompt de centrale bank geld in de economie.

Op 1 januari 1999 is het geldbeleid in de twaalf landen van de Europese Monetaire Unie (EMU) verschoven naar de Europese Centrale Bank (ECB). De centrale banken van de eurolanden zijn blijven bestaan. Zij zorgen voor de uitvoering van het beleid dat de Europese Centrale Bank uitstippelt. Samen met de twaalf nationale centrale banken vormt de ECB het Europese Stelsel van Centrale Banken (ESCB).

De ECB is volledig onafhankelijk van de lidstaten en van de Europese instellingen. Het dagelijks bestuur berust bij de directieraad. Die bestaat uit zes mensen: een voorzitter, een vice-voorzitter en vier gewone leden. Sinds haar oprichting in 1998 wordt de ECB voorgezeten door de Nederlander Wim Duisenberg. Die moest bij zijn aan¬duiding tot ECB-voorzitter wel beloven om niet zijn volledige ambtstermijn van acht jaar uit te zitten. Volgens plan wordt Duisenberg op 1 november 2003 opgevolgd door de Fransman Jean-Claude Trichet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.